• Aardpen-laten-slaan

Heeft uw elektrotechnische installatie geen aardpen? 

Wij slaan de voordeligste aardingen in uw regio!

Welke soorten hulpelektrodes of aardpennen bestaan er?

Er zijn twee manieren waarop wij bepalen welke typen aardpen u nodig heeft:

  1. Indien uw groepenkast voorzien is van aardlekschakelaars (30mA of 300mA) en elke installatie groep bevind zich achter een aardlekschakelaar, dan volstaat een hulpelektrode (aardpen) met een maximale weerstand (Ra) kleiner of gelijk aan 166 Ohm.
  2. Indien uw groepenkast NIET voorzien is van aardlekschakelaars, dan volstaat een diepteaarding (aardpen) met een maximale weerstand van 1,5 Ohm.

De diepte van een aardpen (hulpelektrode) varieert rond de 6 tot 12 meter. Een diepteaarding kan wel tot een extreme diepte geslagen moeten worden om aan een weerstand van 1,5 Ohm of lager te komen. Deze aardingen zijn in de meeste gevallen een stuk duurder.

De weerstandswaarde van de veiligheidsaarde wordt bepaald door:

  1. Soort verdeelkast , of deze van kunststof of van metaal is.
  2. Stelsel; TT- of TN-stelsel, waar bij een TT-stelsel men zelf moet zorgen voor een aarde en bij een TN-stelsel eventueel voor een ondersteuningsaarde .
  3. Type zekering / automaat of het toepassen van een aardlekschakelaar .

Aan de hand van bepaalde tabellen kunnen wij aflezen welk typen aardpen geschikt is.

Neem direct contact met ons op voor een passend advies op maat.

Met vriendelijke groet,

Team Buhl Elektrotechniek

Aardpen-slaan

De geschiedenis van een aardpen.

Tot de jaren 70 werd de koperen waterleiding gebruikt als aarding voor de elektrotechnische installatie. Tegenwoordig zijn wij verplicht een separate aardpen te laten slaan. De waterleiding, gasleiding en andere metalen gestellen moeten ook worden geaard (vereffend). Dat gebeurt in de meterkast door middel van een aardblok.

In Nederland is een lengte tussen zes en twintig meter gebruikelijk. In het westen van het land, waar de grondwaterspiegel hoger is, zal de minimale lengte om te voldoen aan de eisen kleiner zijn dan in het oosten van het land. In vochtige kleigrond kan meestal met kortere elektrodes worden volstaan dan in drogere zandgrond zoals in Zandvoort.